Google gaat voor het eerst zijn eigen AI-chips in een baan om de aarde brengen. In een blogpost van 24 september 2026 bevestigt het bedrijf dat de eerste testsatelliet van Project Suncatcher meereist met Transporter-18, een zogeheten rideshare-missie van SpaceX waarbij veel kleine satellieten samen worden gelanceerd. Aan boord zitten TPU's (Tensor Processing Units): de chips die Google zelf ontwerpt om AI-modellen zoals Gemini te trainen en te draaien.
Een officiële datum geeft Google niet. Volgens meerdere internationale media vertrekt de Falcon 9 op 1 oktober; bij ruimtelanceringen kan zo'n datum altijd nog opschuiven.
Wat moet de satelliet precies aantonen?
Een datacenter in de ruimte is dit nog lang niet, en dat zegt Google er zelf ook bij. Het doel is om met echte meetgegevens te ontdekken waar de hardware het zou kunnen begeven. Er wordt vooral naar drie dingen gekeken:
- De lancering: de klim naar een lage baan duurt ongeveer tien minuten. De raket als geheel krijgt zo'n 10 g te verwerken, afzonderlijke onderdelen soms 50 tot 100 g.
- Straling: geladen deeltjes kunnen bits in het geheugen laten omslaan. De satelliet laat zien of de maatregelen daartegen in de praktijk werken.
- Warmte: in een vacuüm heeft een ventilator geen zin. De chips worden gekoeld met heatpipes en radiatoren, en dat systeem draait nu voor het eerst in een baan.
Google bouwde de satelliet samen met Planet, het Amerikaanse bedrijf achter grote vloten van aardobservatiesatellieten. Hij komt in een lage baan om de aarde (LEO).

Waarom zou je AI in de ruimte willen draaien?
Het draait om energie. Nieuwe AI-datacenters vragen enorm veel stroom, en in Nederland is het vol raken van het elektriciteitsnet al jaren een bekend probleem. Volgens Google levert een zonnepaneel in de juiste baan bijna ononderbroken stroom, tot acht keer zoveel als hetzelfde paneel op aarde. Er is geen nacht, geen bewolking en geen winter, dus zijn er ook minder accu's nodig.
In een voorstudie van Google Research uit november 2025 stonden al de eerste ontwerpcijfers:
| Onderdeel | Voorlopig ontwerp van Google (nov. 2025) |
|---|---|
| Voorbeeldcluster | 81 satellieten op 100 tot 200 meter van elkaar |
| Baan | ongeveer 650 km, zonsynchroon langs de dag-nachtgrens |
| Verbinding tussen satellieten | 1,6 Tbps in het lab, met één zender-ontvangerpaar |
| Stralingstest | Trillium-TPU zonder blijvende schade tot 15 krad(Si) |
| Verwachte dosis in 5 jaar | ongeveer 750 rad(Si), met afscherming |
| Kostendrempel | lancering onder 200 dollar per kilo rond midden jaren 2030 |
Bron: Google Research. Ontwerp- en labwaarden, nog niet in een baan bevestigd.
De stralingsproef deed Google met een protonenbundel in het Crocker Nuclear Laboratory van UC Davis. De chips doorstonden een veel hogere dosis dan ze in vijf jaar in de ruimte zouden krijgen; alleen het snelle HBM-geheugen bleek gevoeliger. Nu moet blijken of die labresultaten ook boven de dampkring standhouden.
Die hoogte van ongeveer 650 kilometer ligt overigens precies in de drukke zone waar ESA onlangs voor waarschuwde. Meer daarover leest u in ons artikel over het ESA-rapport over ruimteschroot.
Wat komt er na deze eerste vlucht?
Deze missie beantwoordt één vraag: overleven de chips de ruimte? Het echte werk zit in de volgende stap, namelijk veel satellieten laten samenwerken als één computer. Daarvoor willen Google en Planet in 2027 twee prototypes lanceren die snelle laserverbindingen tussen satellieten testen. Zonder zeer snelle gegevensuitwisseling tussen de chips valt een groot AI-model niet te trainen.
Een commercieel datacenter in een baan om de aarde wordt op zijn vroegst rond het midden van de jaren 2030 verwacht. Dat hangt vooral af van veel goedkopere lanceringen, benadrukt ook Reuters. Een vaste planning is er niet.
Europa en België: de ASCEND-studie
Google is niet de enige die aan dit idee werkt. De Europese Commissie financierde via Horizon Europe de haalbaarheidsstudie ASCEND, gecoördineerd door de Frans-Italiaanse ruimtevaartgroep Thales Alenia Space. Voor de milieuanalyse zat ook het Vlaamse onderzoeksinstituut VITO in het consortium, naast onder meer Airbus, ArianeGroup, het Duitse DLR en Orange Business. De uitkomsten, gepresenteerd in juni 2024:
- een ambitie van 1 gigawatt rekencapaciteit in de ruimte vóór 2050;
- dat kan alleen klimaatwinst opleveren met een raket die over de hele levensduur tien keer minder uitstoot dan de huidige.

Het verschil is duidelijk: ASCEND is tot nu toe een studie op papier, terwijl Google met eigen hardware de lucht in gaat. Helemaal de eerste is Google niet: volgens The Next Web bracht de door Nvidia gesteunde start-up Starcloud in november 2025 al een H100-GPU in een baan.
Merkt u hier in Nederland of België iets van?
Voorlopig niet. Gemini en andere Google-diensten blijven draaien in datacenters op aarde, zoals die van Google in de Eemshaven en in het Belgische Saint-Ghislain. Google heeft geen enkele dienst aangekondigd die op Suncatcher gebaseerd is. De test is vooral interessant omdat hij laat zien of een deel van de stroomhonger van AI ooit buiten het overbelaste net kan worden opgevangen.
Veelgestelde vragen
Wat is Project Suncatcher?
Een onderzoeksproject van Google dat bekijkt of zwermen satellieten op zonne-energie, uitgerust met TPU-chips, rekenkracht voor kunstmatige intelligentie kunnen leveren.
Wanneer wordt de satelliet van Google gelanceerd?
Hij vliegt mee met Transporter-18 van SpaceX. Google noemt geen datum; volgens meerdere media is 1 oktober 2026 de geplande lanceerdag.
Wanneer komen er echte datacenters in de ruimte?
Dat is onbekend. Google plant in 2027 nog twee testsatellieten; voor commerciële schaal wordt op zijn vroegst gesproken over het midden van de jaren 2030.
Doet België mee aan het project van Google?
Nee. Wel werkte het Vlaamse VITO mee aan de Europese ASCEND-studie naar datacenters in de ruimte.











